EN 1090 uitvoeringsklassen EXC1 t/m EXC4: wat is het verschil?
Wie constructiestaal of aluminium last voor bouwwerken, krijgt te maken met EN 1090 en met de uitvoeringsklasse (ook wel executieklasse genoemd): EXC1, EXC2, EXC3 of EXC4. De klasse bepaalt hoe streng de eisen zijn aan lassen, controle en documentatie. Hoe hoger het getal, hoe meer je moet vastleggen en laten zien. Hier lees je wat de klassen betekenen en wat het voor je administratie betekent.
Dit artikel is een uitleg in gewone woorden, geen certificeringsadvies. De eisen staan in de actuele norm (EN 1090-1 voor de conformiteit, EN 1090-2 voor staal en EN 1090-3 voor aluminium). Je certificerende instelling (notified body) beoordeelt wat voor jouw bedrijf geldt.
Waar komt de uitvoeringsklasse vandaan?
De uitvoeringsklasse is geen keuze van het lasbedrijf. De constructeur of opdrachtgever bepaalt de klasse voor het project of voor een onderdeel, op basis van het ontwerp. In de praktijk staat de klasse in het bestek of in de tekeningen, vaak als "EXC2" met de bijbehorende norm.
De klasse wordt bepaald uit drie dingen:
- Gevolgklasse (CC1, CC2, CC3). Wat zijn de gevolgen als de constructie faalt: gering, middelmatig of groot? Een tuinschuur is iets anders dan een tribune of een brug.
- Serviceklasse (SC1, SC2). Hoe wordt de constructie belast: vooral statisch, of met vermoeiing, bijvoorbeeld door trillingen of wisselende belasting?
- Productiecategorie (PC1, PC2). Gaat het om niet-gelaste of eenvoudig gelaste onderdelen, of om gelaste onderdelen uit hoogwaardig staal en met meer risico?
Uit de combinatie volgt de uitvoeringsklasse. Als lasbedrijf lees je die af uit de opdracht, je berekent hem niet zelf.
Wat betekenen de vier klassen?
| Klasse | Eisen | Voorbeelden van werk |
|---|---|---|
| EXC1 | Laagste eisen. Beperkte controle en documentatie. | Eenvoudige onderdelen, trappen, hekwerk en lichte constructies met weinig risico |
| EXC2 | Standaard voor de meeste constructies. Gedocumenteerd lasproces, gekwalificeerde lassers en een controleplan. | Staalconstructies voor gebouwen, bordessen, stalen frames en gewone draagconstructies |
| EXC3 | Strengere eisen aan lasbeoordeling, controle en traceerbaarheid. | Zwaardere en grotere constructies, bruggen en constructies met hoger risico |
| EXC4 | Hoogste eisen en uitgebreide controle en documentatie. | Constructies met extreme gevolgen bij falen, zoals bepaalde bijzondere werken |
De meeste kleine en middelgrote lasbedrijven werken vooral in EXC1 en EXC2. Voor EXC3 en EXC4 zijn de eisen aan het bedrijf, de procedures en de lascoördinatie aanzienlijk zwaarder.
Wat verandert er per klasse in je werk?
- Lascoördinatie. Hoe hoger de klasse, hoe hoger het kennisniveau dat van de lascoördinator wordt verwacht.
- Lasprocedures en lassers. Lasprocedures (WPS) en lasserskwalificaties moeten passen bij de klasse en het materiaal.
- Controle van lassen. Hogere klassen vragen meer en strengere controle, bijvoorbeeld visuele controle en aanvullend onderzoek.
- Traceerbaarheid van materiaal. In hogere klassen moet je kunnen laten zien welk materiaal waar is verwerkt, met certificaat en heatnummer. Zie wat is een 3.1-certificaat.
- Documentatie. Het dossier per order wordt omvangrijker: controleplan, lasplan, keuringsrapporten en afwijkingen.
Wat betekent dit voor de administratie?
Het grootste verschil met werk zonder CE-eis is niet het lassen zelf, maar het vastleggen. Per order moet je kunnen aantonen:
- welke uitvoeringsklasse voor de order geldt,
- welk materiaal is gebruikt en met welk certificaat,
- wie wat heeft gelast, met welke procedure,
- welke controles zijn uitgevoerd en wat de uitkomst was,
- welke afwijkingen er waren en hoe je ze hebt opgelost.
Dat is te doen met mappen en Excel, maar dat gaat mis zodra je meerdere orders tegelijk hebt: een certificaat staat in de verkeerde map of een controle ontbreekt. Een eerste stap is een vaste checklist per order, zoals in de EN 1090-checklist voor lasbedrijven.
Hoe PerfectFlow helpt. In PerfectFlow zet je op een order de uitvoeringsklasse, koppel je charges met hun certificaat aan de stuklijst en leg je per order het kwaliteitsdossier vast. Alles wat je nodig hebt bij een audit staat bij de order. Lees meer over het EN 1090-kwaliteitsdossier en materiaaltraceerbaarheid.
Veelgestelde vragen
Wie bepaalt de uitvoeringsklasse?
De uitvoeringsklasse volgt uit het ontwerp en wordt bepaald door de constructeur of opdrachtgever. Het lasbedrijf leest de klasse af uit het bestek of de tekeningen. Twijfel je, vraag het dan vóór de offerte, want de klasse bepaalt wat je moet doen en wat dat kost.
Welke klasse hebben de meeste lasbedrijven?
De meeste kleine en middelgrote lasbedrijven werken vooral in EXC2, met daarnaast soms EXC1 voor eenvoudig werk. Welke klassen je mag maken, hangt af van je certificaat. Dat staat in het certificaat van je werkplaatscontrole.
Mag ik in een hogere klasse werken dan mijn certificaat?
Nee. Je certificaat geldt voor bepaalde uitvoeringsklassen en materialen. Wil je werk in een hogere klasse aannemen, dan moet je bedrijf daarvoor eerst worden beoordeeld en moet het certificaat worden uitgebreid.
Geldt EN 1090 ook voor aluminium?
Ja. Voor aluminiumconstructies geldt EN 1090-3. De opzet is vergelijkbaar met staal: uitvoeringsklassen, werkplaatscontrole en een CE-markering, met eigen eisen aan materiaal en lassen.
Lees ook
Werkplaatscontrole (WPK) voor EN 1090: wat moet erin?
Wat een werkplaatscontrole is, welke onderdelen erin horen en hoe je het bijhoudt, zodat het bij een audit klopt.
Wat is een 3.1-certificaat? Uitleg voor metaalbedrijven
Wat een 3.1-certificaat is, wat erin staat, het verschil met 2.2 en 3.2, en hoe je het goed controleert en archiveert.
Benieuwd of PerfectFlow bij jouw werkplaats past?
Plan een vrijblijvend gesprek of probeer het 14 dagen gratis: geen verplichtingen.