Kostprijs en marge berekenen in de metaal: van uurtarief tot verkoopprijs
Een offerte die je wint maar waar je geld op verliest, is geen succes. De meeste metaalbedrijven rekenen serieus aan hun kostprijs en toch gaat het regelmatig mis op twee punten: een uurtarief dat te laag uitvalt en een marge die niet is wat je denkt. Dit artikel laat stap voor stap zien hoe je van materiaal en uren naar een verkoopprijs komt die klopt, met een rekenvoorbeeld voor een serie plaatwerk.
Wat zit er in de kostprijs?
De kostprijs is alles wat het jou kost om de order te maken, nog zonder winst. Bij plaatwerk en constructiewerk bestaat die uit vier delen:
- Materiaal, inclusief afval. Plaat, profielen, bevestigingsmiddelen. Reken met het verbruik inclusief snijverlies en restplaat, niet met het netto oppervlak van het onderdeel.
- Bewerkingen per machine of werkplek. Per bewerking de opstarttijd (eenmalig per serie) plus de tijd per stuk, vermenigvuldigd met het uurtarief van die machine.
- Uitbesteed werk. Coaten, verzinken, richten of kanten bij een ander, inclusief transport.
- Voorbereiding en overig. Programmeren van het lasersnijbestand, tekenwerk, verpakken en keuring zijn ook uren. Zitten ze niet in je uurtarief, tel ze dan apart mee.
Je uurtarief berekenen
Het uurtarief is de grootste post en de meest gemaakte fout. Het loon van een medewerker per uur is geen uurtarief. Een uurtarief per machine of werkplek bestaat uit drie delen:
- de loonkosten van wie er werkt, inclusief werkgeverslasten en vakantiegeld;
- de kosten van de machine of werkplek: afschrijving, onderhoud, energie en verbruiksmateriaal zoals draad, gas en slijpschijven;
- een aandeel in de overhead: huur, verzekeringen, kantoor en software.
Deel dat totaal door het aantal productieve uren per jaar. Dat zijn er altijd minder dan de 2.080 uur van een voltijdse week: vakantie, feestdagen en ziekte gaan eraf, en van de aanwezige uren gaat ook tijd naar overleg, opruimen en wachten.
| Post | Per jaar |
|---|---|
| Loon incl. werkgeverslasten | € 52.000 |
| Lasapparaat, gereedschap, gas en draad | € 6.000 |
| Aandeel in overhead | € 14.000 |
| Totaal | € 72.000 |
| Productieve uren (1.700 aanwezig × 75%) | 1.275 uur |
| Kostprijs per uur | € 56,50 |
Let op dat je overhead maar één keer meetelt. Zit die al in je uurtarief, dan hoeft je toeslag later alleen nog winst en risico te dekken.
Marge of opslag: dezelfde winst, twee percentages
Hier gaat het in de praktijk vaak mis. Opslag is de winst als percentage van de kostprijs. Marge is de winst als percentage van de verkoopprijs. Dezelfde winst levert dus twee verschillende percentages op, en het getal dat je zegt hoort bij een van de twee.
De omrekening is eenvoudig: marge = opslag ÷ (1 + opslag). Andersom geldt opslag = marge ÷ (1 − marge).
| Opslag op de kostprijs | Marge op de verkoopprijs |
|---|---|
| 10% | 9,1% |
| 20% | 16,7% |
| 25% | 20,0% |
| 30% | 23,1% |
| 40% | 28,6% |
| 50% | 33,3% |
Wil je 25% marge, dan heb je dus 33,3% opslag nodig. Wie 25% opslag rekent en denkt 25% marge te halen, houdt 20% over. Spreek in je bedrijf af welke van de twee je gebruikt, en gebruik die overal hetzelfde.
Rekenvoorbeeld: een serie van 40 beugels
Stel dat je 40 beugels maakt van 3 mm S235JR: lasersnijden, zetten, lassen en poedercoaten. Het coaten besteed je uit. Alle bedragen zijn fictief en dienen alleen om het rekenen te laten zien. Bedragen zijn exclusief btw.
| Post | Berekening | Bedrag |
|---|---|---|
| Materiaal | 3,0 m² × 1,10 (afval) × € 42 per m² | € 138,60 |
| Lasersnijden | 30 min opstart + 40 × 1,5 min = 90 min = 1,5 uur × € 95 | € 142,50 |
| Zetten | 20 min opstart + 40 × 1 min = 60 min = 1 uur × € 70 | € 70,00 |
| Lassen | 40 × 3 min = 120 min = 2 uur × € 56,50 | € 113,00 |
| Poedercoaten (uitbesteed) | 40 × € 2,10 | € 84,00 |
| Kostprijs | € 548,10 | |
| Toeslag 25% op de kostprijs | 548,10 × 0,25 | € 137,03 |
| Verkoopprijs | € 17,13 per beugel | € 685,13 |
De winst is € 137,03. Dat is 25% opslag op de kostprijs, maar 20% marge op de verkoopprijs (137,03 ÷ 685,13).
Wat als het anders loopt?
- De klant biedt € 640. Je winst is dan nog € 91,90. Dat is 16,8% opslag en 14,4% marge. Je weet nu wat je ervoor opgeeft en kunt bewust ja of nee zeggen.
- Het lassen kost 3 uur in plaats van 2. De kostprijs stijgt met € 56,50 naar € 604,60. Bij dezelfde verkoopprijs is je winst € 80,53, en je marge 11,8%. Eén uur extra lassen kost je dus ruim 40 procent van je winst.
Het tweede geval laat zien waarom een calculatie alleen niet genoeg is. Pas als je achteraf kijkt wat de order werkelijk kostte, leer je welke uren je structureel te laag inschat. Lees daarvoor nacalculatie in de metaal uitgelegd.
Checklist: klopt je calculatie?
- Het materiaal is berekend inclusief afval en restplaat.
- Opstarttijd en tijd per stuk staan apart, zodat een serie van 10 niet gelijk is aan 10 keer een los stuk.
- Elk uurtarief is berekend op productieve uren, per machine of werkplek.
- Uitbesteed werk staat erin, inclusief transport.
- Voorbereiding, verpakken en keuring zijn meegerekend.
- Overhead zit maar op één plek: in het uurtarief of in de toeslag.
- Je weet of je toeslag een opslag of een marge is, en je hebt dat omgerekend.
- Je kent je ondergrens: de laagste marge waarvoor je een order nog aanneemt.
- Na afloop vergelijk je de order met je nacalculatie en pas je normtijden aan.
Veelgemaakte fouten
- Rekenen met het netto materiaal en het afval vergeten.
- Het loon per uur gebruiken als uurtarief, zonder machine en overhead.
- Marge en opslag door elkaar halen, waardoor je 5 procentpunt of meer te laag zit.
- Dezelfde normtijden jarenlang blijven gebruiken, ook als de werkelijkheid ruim afwijkt.
Hoe PerfectFlow helpt. In de calculatie stel je per machine een kostprijs per uur in. Per onderdeel vul je materiaal met een afvalpercentage in, en bewerkingen met opstarttijd en minuten per stuk, plus uitbesteed werk. Daarna kies je een toeslag in procenten of een vaste verkoopprijs. Je ziet kostprijs, verkoopprijs en marge, uitgedrukt als percentage van de verkoopprijs. Na afloop laat de nacalculatie zien wat de order werkelijk opleverde. Lees meer over calculatie en offertes en nacalculatie en rapportage, of bekijk PerfectFlow voor plaatwerkbedrijven.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen marge en opslag?
Opslag is de winst als percentage van de kostprijs, marge is de winst als percentage van de verkoopprijs. Bij € 100 kostprijs en € 125 verkoopprijs is de winst € 25: dat is 25% opslag en 20% marge.
Hoe hoog moet de marge in een metaalbedrijf zijn?
Daar bestaat geen vaste regel voor. Het hangt af van je vaste kosten, het risico van het werk, de seriegrootte en de klant. Bepaal je ondergrens met je eigen cijfers: reken terug vanaf je vaste kosten en het rendement dat je wilt halen, en toets dat aan je nacalculatie. Bespreek het zo nodig met je accountant.
Moet overhead in het uurtarief of in de toeslag?
Beide kan, zolang je één van de twee kiest. Zit overhead in het uurtarief, dan dekt de toeslag winst en risico. Tel je het op twee plekken mee, dan wordt je prijs te hoog. Mis je het op beide plekken, dan werk je onder je kosten.
Hoe vaak moet ik mijn uurtarieven herzien?
Minstens één keer per jaar, en bij grote veranderingen zoals een nieuwe machine, een loonsverhoging of hogere huur. Vergelijk ze ook met je nacalculatie: wijken de uren steeds af, dan klopt de tijd of het tarief niet.
Lees ook
Nacalculatie in de metaal uitgelegd
Wat nacalculatie is, hoe je het stap voor stap doet en welke fouten metaalbedrijven vaak maken, met een rekenvoorbeeld.
Wat kost een ERP-systeem voor een klein metaalbedrijf?
Welke prijsmodellen er zijn, welke kostenposten je makkelijk vergeet en hoe je offertes van ERP-leveranciers over drie jaar vergelijkbaar maakt.
Benieuwd of PerfectFlow bij jouw werkplaats past?
Plan een vrijblijvend gesprek of probeer het 14 dagen gratis: geen verplichtingen.